#


Perceptietest van Belbin

R.Meredith Belbin, socioloog en wetenschapper, heeft een test ontwikkeld waarmee op een eenvoudige manier de teamrol van leden binnen een team kan worden vastgesteld. Binnen elk team worden een aantal rollen vervuld door de leden die in bepaalde mate het succes van het team beïnvloeden.
Deze test is een momentopname evenals de uitkomsten van deze test. Tevens zijn er geen "goede" of "minder goede" rollen: de juiste mix van rollen is belangrijk om als team in evenwicht te zijn.
Vul de test zo open en eerlijk mogelijk in en probeer er niet alvast over na te denken in welke rol u waarschijnlijk zult (of wilt) vallen. Elke rol heeft namenlijk sterke en zwakke kanten. Bewustzijn betekent hier mee kunnen werken.

Aanwijzingen voor invullen:
Per vraag kunt u tien punten verdelen over de zinnen waarvan u denkt dat ze het best uw gedrag beschrijven. Deze tien punten mag u per vraag naar eigen inzicht over een paar zinnen verdelen. In extreme gevallen kunt u ook alle tien punten aan één zin toekennen.
Aan het eind staat een tabel: noteert u de door u toegekende punten per vraag in de juiste kolom.

1) Wanneer ik in een team zit, zou het volgende voor mij kunnen gelden:
a) Ik merk nieuwe kansen snel op en maak daar goed gebruik van.
b) Ik kan met allerlei verschillende mensen goed samenwerken
c) Een van mijn natuurlijke gaven is het produceren van ideeën.
d) Als ik iets in mensen zie wat van nut kan zijn voor de doelstellingen van de groep, weet ik het er altijd uit te halen.
e) Omdat ik zelf efficiënt ben, houd ik ervan dingen helemaal af te maken.
f) Ik vind het niet erg als mensen me een tijdlang niet aardig vinden, als ik maar goede resultaten behaal.
g) Ik voel snel aan wat werkt in een situatie die ik goed ken.
h) Ik kan objectief redeneren, en een bepaalde zaak onbevooroordeeld van verschillende kanten belichten.

2) Als ik minder goed presteer in een team dan zou dat kunnen komen omdat:
a) Ik mij pas op mijn gemak voel wanneer vergaderingen een duidelijke structuur hebben, in de hand worden gehouden en goed verlopen in het algemeen.
b) Ik vaak te veel toegeef aan teamleden die een waardevolle mening hebben die onvoldoende aan bod is gekomen.
c) Ik de neiging heb veel te praten wanneer er nieuwe ideeën in de groep worden besproken.
d) Ik het door mijn objectieve kijk op de dingen moeilijk vind om meteen enthousiast met mijn collega’s mee te praten.
e) Mensen me soms overheersend en autoritair vinden wanneer we iets klaar moeten krijgen.
f) Ik het moeilijk vind om het voortouw te nemen, misschien omdat ik te gevoelig ben voor de sfeer in de groep.
g) Ik de neiging heb om helemaal op te gaan in de ideeën die ik krijg zodat ik niet meer in de gaten heb wat er gaande is.
h) Mijn collega’s vinden dat ik me te druk maak over details, en te veel denk aan wat er mis kan gaan.

3) Wanneer ik met anderen samen aan een project werk:
a) Ben ik er goed in mensen te beïnvloeden zonder hen onder druk te zetten.
b) Worden door mijn algemene waakzaamheid fouten uit onzorgvuldigheid of nalatigheid voorkomen.
c) Sta ik klaar om tot actie aan te sporen, om te zorgen dat in vergaderingen geen tijd verspild wordt en het hoofddoel niet uit het oog wordt verloren.
d) Zal ik altijd met een origineel idee aankomen.
e) Ben ik altijd bereid een goed voorstel te steunen wanneer dat in het gemeenschappelijk belang is.
f) Ben ik steeds op zoek naar de nieuwste ideeën en de laatste ontwikkelingen.
g) Wordt mijn vermogen om objectief te oordelen vast door anderen op prijs gesteld.
h) Kan ment het gerust aan mij overlaten om te zorgen dat al het noodzakelijke georganiseerd wordt.

4) Kenmerkend voor mijn houding tegenover groepswerk is dat:
a) Ik het eigenlijk graag doe omdat ik mijn collega’s beter wil leren kennen.
b) Ik niet aarzel om denkbeelden van anderen aan te vallen, of zelf een minderheidsstandpunt in te nemen.
c) Ik gewoonlijk niet verlegen zit om argumenten waarmee ik een redenatie die niet klopt, kan weerleggen.
d) Ik denk dat ik er goed in ben te zorgen dat een plan ook slaagt, wanneer eenmaal is besloten dat het moet worden uitgevoerd.
e) Ik de neiging heb om voor de hand liggende opmerkingen te vermijden en met onverwachte ideeën aan te komen.
f) Mijn perfectionisme iets toevoegt aan iedere taak in het team waaronder ik mijn schouders zet.
g) Ik graag gebruik maak van contacten met mensen buiten de groep.
h) Hoewel ik graag ieders mening wil horen, ben ik besluitvaardig wanneer dat nodig is.

5) Ik vind bevrediging in mijn werk omdat:
a) Ik er plezier in heb situaties te analyseren en de verschillende keuzemogelijkheden tegen elkaar af te wegen.
b) Ik het interessant vind praktische oplossingen voor problemen te bedenken.
c) Ik voel dat ik bijdraag aan goede werkverhoudingen.
d) Ik veel invloed kan uitoefenen op de besluitvorming.
e) Ik mensen kan ontmoeten die misschien iets nieuws te bieden hebben.
f) Ik mensen kan overtuigen van de noodzaak dat iets moet gebeuren.
g) Ik me in mijn element voel wanneer ik me volledig op één bepaalde taak kan concentreren.
h) Ik graag een werkterrein vind dat mijn fantasie prikkelt.

6) Wanneer ik plotseling in weinig tijd met onbekende mensen een moeilijke taak moet uitvoeren:
a) Trek ik mij het liefst ergens in een hoekje terug, zodat ik rustig kan bedenken hoe ik het moet aanpakken.
b) Zou ik bereid zijn samen te werken met de persoon die van de meest positieve aanpak blijk geeft, zelfs als dit een lastig iemand lijkt.
c) Zou ik een manier vinden om de taak minder omvangrijk te maken door te kijken wie wat het beste kan doen.
d) Zou mijn aangeboren urgentiebesef ervoor zorgen dat we niet achter raken op schema.
e) Denk ik dat ik mijn hoofd koel en mijn hersenen bij elkaar zou weten te houden.
f) Zou ik recht op mijn doel afgaan en mij niet laten opjagen.
g) Zou ik bereid zijn het voortouw te nemen wanneer ik het gevoel had dat de groep geen vooruitgang boekte.
h) Zou ik een discussie op gang brengen met de bedoeling nieuwe gedachten te stimuleren en dingen in beweging te zetten.

7) Als ik problemen heb met groepswerk, zou het waarschijnlijk gaan om:
a) Mijn neiging ongeduldig te reageren om mensen die de voortgang belemmeren.
b) Kritiek van anderen dat ik te analytisch ben en onvoldoende intuïtief.
c) Mijn nauwgezetheid waardoor ik soms de boel ophoudt.
d) Het feit dat ik al snel verveeld raak en een of twee stimulerende groepsleden nodig heb om me enthousiast te maken.
e) De moeite die ik heb om op gang te komen tenzij ik precies weet wat het doel is.
f) Mijn onvermogen soms om ingewikkelde kwesties die ik me bedenk ook duidelijk uit te leggen.
g) Mijn gebrek aan durf om van anderen dingen te vragen die ik zelf niet kan.
h) Mijn aarzeling om mijn standpunt te verdedigen wanneer ik op duidelijke weerstand stuit.




Puntentabel Belbin perceptie test
Naam:

  gegeven antwoorden              
Vraag a b c d e f g h
1                
2                
3                
4                
5                
6                
7                
                 


Normtabel voor de Belbin-perceptietest _____Resultaat: xxxxxxxxxxx
Neem de scores uit de puntentabel item voor item over in de analysetabel (hieronder). Tel vervolgens de punten in iedere kolom bij elkaar op, en u krijgt de totaalscores die laten zien hoe de teamrollen in uw geval verdeeld zijn.
sectie BM VZ VM PL BO MO GW ZD
                 
1 g d f c a h b e
2 a b e g c d f h
3 h a c d f g e b
4 d h b e g c a f
5 b f d h e a c g
6 f c g a h e b d
7 e g a f d b h c
totaal                

N.B. Eventuele conclusies uit deze test gelden onder voorbehoud: de resultaten geven een indicatie, geen keiharde resultaten. Naar het lijkt zijn bij iedere vragenlijst sommige antwoorden om niet altijd duidelijke redenen populairder dan andere.
Het is daarom nuttig om te zien hoe de score van individuele respondenten is vergeleken met die van managers algemeen. Hiervoor dient onderstaande tabel die is gebaseerd op de scores van een steekproef van 78 managers uit verschillende functies en bedrijfstakken.

             
  Eigen Laag Gemiddeld Hoog Zeer hoog Gemiddelde
  score         score
    0-33% 33-66% 66-85% 85-100%  
             
BM xx 0-6 7-11 12-16 17-23 100
VZ xx 0-6 7-10 11-13 14-18 88
VM xx 0-8 9-13 14-17 18-36 116
PL xx 0-4 5-8 9-12 13-29 73
BO xx 0-6 7-9 10-11 12-21 78
MO xx 0-5 6-9 10-12 13-19 82
GW xx 0-8 9-12 13-16 17-25 109
ZD xx 0-3 4-6 7-9 10-17 55
             

Verklarende woordenlijst


BM Bedrijfsman/ Realisator
Vertaalt concepten en plannen in praktische werkprocedures. Voert afgesproken plannen systematisch en efficiënt uit.
BO Brononderzoeker/ Combinator
Onderzoekt ideeën, ontwikkelingen in middelen buiten de groep en rapporteert daarover. Legt externe contacten die nuttig kunnen zijn voor het team en voert de onderhandelingen die hieruit voortvloeien.
GW Groepswerker/ Teamworker
Moedigt de sterke kanten van de teamleden aan (werkt hun suggesties bijvoorbeeld uit), geeft steun waar mensen tekort schieten, verbeterd communicatie tussen leden en bevordert de teamgeest in het algemeen.
MO Monitor/ Evaluator
Houdt zich bezig met de analyse van problemen en evaluatie van ideeën en voorstellen, zodat het team beter in staat is goed doordachte beslissingen te nemen.
PL Plant/ Uitvinder
Bedenker van vruchtbare, nieuwe ideeën en strategieën, met speciale aandacht voor belangrijke issues. Zoekt naar mogelijke tekortkomingen in de aanpak van problemen waarmee de groep wordt geconfronteerd.
VZ Voorzitter/ Coördinator
Geeft leiding aan de manier waarop een team probeert te voldoen aan de groepsdoelstellingen door zo goed mogelijk gebruik te maken van de beschikbare middelen, inzicht te tonen in wat de sterke en zwakke kanten van het team zijn en ervoor te zorgen dat het potentieel van ieder teamlid optimaal wordt gebruikt.
VM Vormer/ Koploper
Stuurt de gezamenlijke inspanning van het team, richt de aandacht op het stellen van doelen en prioriteiten in het algemeen. Probeert vorm te geven aan en bepaalde ordening in de discussies en activiteiten van de groep.
ZD Zorgdrager/ Afronder
Zorgt ervoor dat het team zo veel mogelijk beschermd wordt tegen fouten in hun doen en laten, is altijd op zoek naar aspecten van het werk die meer dan gebruikelijke aandacht nodig hebben en zorgt ervoor dat het team alert blijft.
Specialist Is vaak de sleutelfiguur binnen het team vanwege zijn ongeëvenaarde kennis en expertise. Hebben geen herkenbare teamrol, zijn echter onmisbaar voor het projectteam. Zijn vaak introverte, gespannen persoonlijkheden.